Actualiteiten

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws.

 Tweede Kamer stemt in met uitsluiten fraudeschulden bij vermogenstoets bijstand

Nieuwsbericht DL Media 8 september 2020 - Vandaag heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wijziging van de Participatiewet in verband met het uitsluiten van fraudevorderingen bij de vermogenstoets. Met deze wetswijziging wordt geregeld dat een schuld die is ontstaan doordat iemand eerder zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen niet langer wordt meegenomen in de vermogenstoets van de bijstand.

Bij de vermogensvaststelling van de Participatiewet kan aanwezige vermogen worden weggestreept tegen de aanwezige schulden. Dat is in wezen ook logisch, want dan kunnen mensen dat vermogen ook gebruiken om hun schulden te betalen. Bovendien zouden schuldeisers ook beslag kunnen leggen op het aanwezige vermogen.
In de praktijk komt het echter geregeld voor dat bijstandsgerechtigden vermogen in de vorm van een huis in het buitenland voor de bijstand blijken te hebben verzwegen. Met dat vermogen zouden zij geen bijstand hebben gekregen. Dat betekent dat de gemeenten die bijstand moeten terugvorderen. En door die terugvordering ontstaat een schuld die op het vermogen in mindering kan worden gebracht, waardoor er opnieuw bijstand kan worden ontvangen. Maar in gevallen waarin het vermogen zich in het buitenland bevindt, is het voor gemeenten niet altijd mogelijk om verhaal te halen op dit vermogen. Het kan dus voorkomen dat iemand zijn vermogen in het buitenland verzwijgt, tegen de lamp loopt en vervolgens opnieuw bijstand krijgt, zonder dat hij dat vermogen hoeft te gebruiken om de ten onrechte verkregen bijstand terug te betalen. De Tweede Kamer vond dit onwenselijk en had de regering eerder in een motie opgeroepen om aan de praktijk een einde te maken.
In het wetsvoorstel Wijziging van de Participatiewet in verband met het uitsluiten van fraudevorderingen bij de vermogenstoets wordt daarom geregeld dat, in alle gevallen waarin iemand bijstand of een andere socialezekerheidsuitkering moet terugbetalen vanwege het feit dat hij zijn inlichtingenplicht niet of niet volledig is nagekomen, deze schuld niet meer in mindering gebracht mag worden op het vermogen.
De Tweede Kamer heeft bij het wetsvoorstel ook een amendement van CDA en CU aangenomen, waarin wordt geregeld dat het verbod voor gemeenten om mee te werken aan schuldregelingen bij terugvorderingsschulden wordt beperkt. Nu nog is bepaald dat een gemeente niet mag meewerken aan een schuldregeling als de terugvordering het gevolg is van een schending van de inlichtingenplicht. Het amendement regelt dat dit verbod alleen nog maar geldt voor gevallen waarbij bij de schending van de inlichtingenplicht sprake is van opzet of grove schuld.

 Bijstandsbode Augustus 2020

Nieuwsbericht DL Media 31 augustus 2020 - De Bijstandsbode Augustus 2020 is verschenen.

In deze bijstandsbode ondermeer in de Achtergrond aandacht voor het wetsvoorstel Breed Offensief. 

 Tweede Kamer wil meer maatwerk bij uitvoering kostendelersnorm

Nieuwsbericht DL Media 2 juli 2020 - De Tweede Kamer vindt dat de financiële voordelen voor de overheid van de kostendelersnorm in Bijstand niet opwegen tegen nadelen voor de mensen die het betreft. In het bijzonder maakt zij zich zorgen om het feit dat de kostendelersnorm de armoede kan vergroten en de sociale betrokkenheid en zorgzaamheid kan verminderen. Zij wil daarom dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om maatwerk te bieden bij de uitvoering van de kostendelersnorm. Zij heeft daartoe in grote meerderheid ingestemd met een motie van 50Plus waarin het kabinet wordt opgeroepen om binnen een halfjaar met plannen te komen. Alleen VVD en PVV stemden tegen.

 Bijstandsbode juni 2020

Nieuwsbericht DL Media 30 juni 2020 - In de nieuwe Bijstandsbode gaat Hans Nacinovic in op de gevolgen van het wegstemmen van het wetsvoorstel over het schrappen van de uitzondering bij een zorgbehoefte. Deze gevolgen zijn volgens hem iets anders het ministerie van SZW heeft gesteld.

En verder bevat deze editie een follow up over het verrichten van huisbezoeken in Coronatijd (in samenwerking met NCOD) en natuurlijk ook de vaste rubrieken als Uitgesproken, de Vraag van maand en het Nieuwsoverzicht en nog veel meer.

 Verlenging Tozo tot 1 oktober 2020

Nieuwsbericht De Legibus 26 juni 2020 - De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is gewijzigd om verlenging van de regeling tot 1 oktober 2020 mogelijk te maken (Stb. 2020, 212). De daadwerkelijke verlenging is geregeld in de Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Stcrt. 2020, 34388).

 Bijstandsbode April/Mei

Nieuwsbericht DL Media 3 juni 2020 - De Bijstandsbode April/Mei 2020 is verschenen, met daarin o.a. aandacht voor de jurisprudentie, een achtergrondartikel over de Tozo en een overzicht van al het bijstandsnieuws van de maanden april en mei 2020.

 Wetsvoorstel Opheffen discriminerend onderscheid tweedegraads bloedverwanten verworpen

Nieuwsbericht Eerste Kamer 2 juni 2020 - De Eerste Kamer verwierp dinsdag het wetsvoorstel Opheffen van discriminerend onderscheid tussen bloedverwanten in de tweede graad en anderen die een gezamenlijke huishouding voeren waarbij sprake is van zorgbehoefte. De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie stemden voor, de fracties van FVD, SGP, Fractie-Otten, GroenLinks, SP, 50PLUS, PvdA, OSF, PVV en PvdD stemden tegen het wetsvoorstel.

De meeste fracties hadden er in het debat een week eerder bij de staatssecretaris al op aangedrongen om de wet terug te nemen en een andere keuze te maken voor het opheffen van de discriminatie. De staatssecretaris gaf daarop aan dat voor haar het opheffen van de uitzonderingsbepaling de enige keuze was.

Woordvoerders van oppositiepartijen FVD, GroenLinks, PvdA, SP, 50PLUS en SGP verweten de staatssecretaris tijdens het debat op 26 mei dat zij de keus voor het opheffen van het onderscheid als enige mogelijke optie geeft, terwijl juist ook - om het discriminerend karakter van de huidige regeling tegen te gaan, de keus zou kunnen worden gemaakt voor een verbreding van de uitzonderingsbepaling waardoor de groep mensen die het betreft, groter wordt.

Veel senatoren uitten ook de zorg dat de mensen die geraakt zullen worden door de opheffing van het onderscheid, er financieel op achteruit zullen gaan wanneer zij als samenwonend worden beschouwd, zoals dat nu geldt voor de huwelijkse samenlevingsvorm die de norm is voor alle samenwonenden. Zij zullen dan niet ieder afzonderlijk meer bijstand kunnen krijgen, met behoud van uitkering, maar worden gerekend onder de samenwonenden waardoor zij in inkomen achteruit zullen gaan, terwijl bijvoorbeeld de zorgkosten toenemen.

 Uitkeringen Schadefonds geweldsmisdrijven en bijstand

Nieuwsbericht De Legibus 29 mei 2020 - Uitkeringen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven worden vrijgelaten voor de bijstand. Staatssecretaris Van Ark van SZW heeft daartoe de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ aangepast (Stcrt. 2020, 27600). De integrale vrijlating geldt echter niet voor uitkeringen wegens gederfd levensonderhoud voor nabestaanden van een slachtoffer.

In dat geval moet de gemeente zelf een individuele afweging maken in hoeverre de uitkering van het Schadefonds voor de bijstand kan worden vrijgelaten.Op 25 mei 2020 is verschenen in de Staatscourant de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 mei 2020, tot wijziging van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ in verband met de vrijlating van de eenmalige uitkering op grond van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De regeling treedt in werking op 26 mei 2020.

Een slachtoffer van een geweldsmisdrijf en zijn naasten of nabestaanden kunnen onder omstandigheden op grond van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking komen voor een tegemoetkoming uitgekeerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De Staatssecretaris heeft deze uitkeringen nu toegevoegd aan de lijst van artikel 7 Regeling Participatiewet, IOAW, IOAZ van vergoedingen die integraal zijn uitgezonderd van het middelenbegrip voor de bijstand. Staatssecretaris Van Ark vond het namelijk niet wenselijk dat slachtoffers van geweldsmisdrijven in dit opzicht verschillend konden worden behandeld afhankelijk van in welk gemeente zijn woonden.

Op de integrale vrijlating van de uitkering wordt evenwel een uitzondering gemaakt voor de uitkering wegens gederfd levensonderhoud aan nabestaanden. Het centraal vrijlaten van deze uitkering zou namelijk op gespannen voet staan met het subsidiaire karakter van de bijstand. In voorkomende gevallen is het aan de gemeente om in het individuele geval te beoordelen of en, zo ja, in hoeverre de uitkering voor gederfd levensonderhoud met toepassing van artikel 31 lid 2 onder m Pw kan worden vrijgelaten.

Verlening Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

Nieuwsbericht De Legibus 29 mei 2020 - Staatssecretaris Van Ark van SZW heeft de looptijd van Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) verlengd tot en met augustus 2020 (Stcrt. 2020, 29395).

De Tozo is een speciale, tijdelijke, bijstandsregeling voor zelfstandigen die ten gevolge van de coronacrisis in problemen zijn gekomen. De regeling voorziet een bijstand voor levensonderhoud  en bijstand voor bedrijfskapitaal. Oorspronkelijk moest een aanvraag zijn ingediend voor 1 juni 2020 en kon een zelfstandig gedurende maximaal drie aaneengesloten maanden bijstand voor levensonderhoud ontvangen. De aanvraagtermijn is nu verlengd tot en met 31 augustus 2020 en een zelfstandige kan nu maximaal 6 aaneengesloten maanden bijstand voor levensonderhoud ontvangen.

Voor aanvragen die zijn ingediend in de periode vanaf 1 juni gelden echter wel enkele afwijkende regels ten opzichte van voorafgaande periode. Het inkomen van een eventuele partner van de zelfstandige telt vanaf 1 juni, overeenkomstig het uitgangspunt van de Participatiewet wel mee. Verder kan geen bijstand ter voorziening in de behoefte in bedrijfskapitaal meer worden verleend in het ingeval een verzoek is ingediend tot verlening van surseance van betaling of om faillietverklaring van de betreffende zelfstandige.

 Staat niet in hoger beroep inzake SyRI

Nieuwsbericht De Legibus 23 april 2020 - De Staat gaat niet in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake het gebruik van het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Dat heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW geschreven aan de Tweede Kamer.

SyRI was bedoeld om fraude en misbruik met uitkeringen, toeslagen en belastingen op te sporen en te bestrijden. Op 5 februari 2020 oordeelde de rechtbank Den Haag echter dat SyRi onvoldoende waarborgen biedt om de privacy van burgers te beschermen (ECLI:NL:RBDHA:2020:865).

Staatssecretaris Van Ark is het daar, bij nader inzien, mee eens. Zij gaat nu nadenken over nieuwe instrumenten om fraude op te sporen.

 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

Nieuwsbericht De Legibus 21 april 2020 - De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)  is gepubliceerd in het Staatsblad (2020, 118). 

De doelgroep van de TOZO bestaat uit zelfstandigen, die worden geconfronteerd met een financieel probleem als gevolg van de coronacrisis.
Afhankelijk van de aard van het financiële probleem kunnen zelfstandig ondernemers in aanmerking komen voor twee vormen van bijstand:

  • Zelfstandigen van wie het inkomen als gevolg van de coronacrisis is gedaald tot onder het sociaal minimum kunnen een beroep doen op bijstand voor levensonderhoud. Deze bijstand betreft een inkomensaanvulling tot de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm. Deze algemene bijstand heeft de vorm van bijstand om niet;
  • Zelfstandigen die als gevolg van de coronacrisis worden geconfronteerd met een liquiditeitsprobleem, kunnen een beroep doen op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. Deze bijstand heeft de vorm van een rentedragende lening.

Zelfstandigen kunnen een beroep doen op beide vormen van bijstand.

De TOZO treedt in werking op 22 april en werkt terug tot en met 1 maart 2020.

 Bijstandbode maart 2020

Nieuwsbericht DL Media 31 maart 2020 - Bijstandsbode 71 (maart 2020) is verschenen. Het Achtergrond-artikel gaat over gehuwd en gezamenlijke huishouding. In Extra wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om tijdelijk af te wijken van de Participatiewet in verband met de coronacrisis. Verder ook weer de vaste rubrieken Uitgesproken en Vraag van de maand en natuurlijk het overzicht van het bijstandsnieuws.

 Tijdelijke noodregeling voor zelfstandige ondernemers

Nieuwsbericht Ministerie van SZW 27 maart 2020 - Het kabinet wil in de coronacrisis banen en inkomens van mensen beschermen. Daarom is een economisch noodpakket aangekondigd. Eén van de maatregelen is de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo). Deze regeling ondersteunt zelfstandige ondernemers, onder wie zzp'ers, met inkomensondersteuning en bedrijfskrediet, zodat zij een betere kans hebben om hun bedrijf voort te zetten. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 30 maart 2020. 

Vanuit de Tozo kunnen zelfstandigen een beroep doen op twee voorzieningen: inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal. De regeling, die speciaal gemaakt is voor de coronacrisis, lijkt op de bijstand voor zelfstandigen (Bbz2004). Zo zijn de bedragen die worden gehanteerd gebaseerd op het sociaal minimum, het bedrag dat mensen nodig hebben voor levensonderhoud. Onder levensonderhoud vallen kosten zoals boodschappen en huur.

Om inkomensondersteuning te verkrijgen, moet de zelfstandige verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Het inkomen wordt dan maximaal drie maanden aangevuld. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van 1.500 euro netto en voor alleenstaanden tot 1.050 euro netto. Het betreft een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald.

Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm, of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan bijstandsnorm, krijgen geen aanvulling. Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn is 1.500 euro netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd, conform de regels van de Participatiewet. De regeling geldt vooralsnog tot 1 juni 2020.

Zelfstandig ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal 10.157 euro met een rente van 2%. Deze is binnen vier weken beschikbaar. De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot januari 2021 hoeft niet te worden afgelost.

Versnelde procedure
In vergelijking tot de Bbz bevat de Tozo versoepelde voorwaarden en een versnelde procedure. Een aanvraag voor de Tozo wordt zo veel mogelijk digitaal gedaan en kan binnen vier weken worden afgerond, in plaats van de gebruikelijke 13 weken.

Voorwaarden
De zelfstandig ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat zij verwachten dat als gevolg van de coronacrisis hun inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit doorgeven aan de gemeente. De versoepeling houdt in dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. Daarnaast hebben het vermogen (zoals een spaarrekening en huisbezit) en het inkomen van de partner geen invloed op de tegemoetkoming. De regeling is zo eenvoudig en snel uitvoerbaar.

De regeling geldt voor zelfstandig ondernemers, onder wie zzp’ers, die in Nederland gevestigd zijn en hoofdzakelijk in Nederland werken. Daarnaast moeten aanvragers voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek. Dat houdt in dat zij het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week) als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Werkt een aanvrager korter dan een jaar als zelfstandige, dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt. Tot slot moet een zelfstandige zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

Het kabinet doet een dringend beroep op zelfstandig ondernemers om alleen gebruik te maken van de regeling als dat echt nodig is. Zo voorkomen we misbruik van publieke middelen en onnodige druk op de uitvoering. Achteraf zal worden gecontroleerd. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

 Voorstel Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein op internetconsulatie

Nieuwsbericht DL Media 19 maart 2020 - Het conceptwetsvoorstel Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en enkele andere wetten met het oog op een integrale en gecoördineerde aanpak bij meervoudige problematiek en de daarvoor benodigde gegevensverwerking (Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein) is opengesteld voor reacties op internetconsultatie.

Dit wetsvoorstel moet bijdragen aan een betere zorg voor inwoners met meervoudige problematiek. Het wetsvoorstel wil daarvoor een duidelijke taak regelen voor gemeenten om in concrete gevallen te komen tot een integrale en gecoördineerde aanpak en wil meer duidelijkheid geven over het verwerken van persoonsgegevens tussen betrokken instanties.
Bijna alle gemeenten kennen een meldpunt waar burgers en professionals terecht kunnen met zorgen over gezondheid, het welzijn, de zelfredzaamheid of participatie van zichzelf of een ander. Om een goede behandeling van de meldingen mogelijk te maken wordt met dit wetsvoorstel voorzien in een betere juridische basis voor de gegevensverwerking door de meldpunten.
Reageren kan op www.internetconsultatie.nl/meervoudigeproblematiek.

 

 Tweede Kamer stemt in met uitwisseling van persoonsgegevens bij schuldhulpverlening

Nieuwsbericht DL Media 11 maart 2020 - Op dinsdag 10 maart heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens.


De bedoeling van de wetswijziging is mogelijk maken dat gemeenten vroegtijdig op geraken van eventuele problematische schulden bij hun inwoners, op dat de gemeente dan ook eerder en beter hulp kan bieden. Daarnaast wordt in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) expliciet vastgelegd dat als iemand zich heeft gemeld met een schuldhulpverzoek, de gemeente na afloop van het intakegesprek, de beslissing op dit hulpverzoek in een beschikking moet vastleggen. Dankzij een amendement van René Peters (CDA) en Jasper van Dijk (SP) moet de gemeenteraad daarvoor ook een termijn vaststellen die niet langer mag zijn dan 8 weken. Voorts wordt met de wetswijziging ook verduidelijkt dat ook zelfstandigen bij een gemeente om hulpverlening kunnen vragen met betrekking tot hun schulden.


De Tweede Kamer was overigens bij de behandeling wel kritisch ten opzichte van de mogelijke gevolgen voor de privacy van burger. Maar uiteindelijk stemden alle partijen, met uitzondering van de PVV, in met het wetsvoorstel. Wel sprak de Kamer zich nog unaniem uit voor een door D66, mede namen CDA en GroenLinks ingediende motie, om de gevolgen voor de privacy expliciet te betrekken bij de evaluatie van de wet.

Bijstandsbode februari 2020

Nieuwsbericht DL Media 3 maart 2020 - Bijstandsbode 70 (februari 2020) is verschenen. In het Achtergrond-artikel legt mr. Hans Nacinovic uit wat de implicaties zijn van het Korosec-arrest voor de bijstandspraktijk. Volgens Korosec kan een belanghebbende recht hebben op een contra-expterise van een onafhankelijke deskundige.

  • In de Uitgesproken wordt aandacht besteed aan de verlaging van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van woonkosten. Belanghebbende woont noodgedwongen in haar auto. Daaraan heeft ze kosten. Zijn dat geen woonkosten?
  • De Vraag van de maand gaat over het onweerlegbaar rechtsvermoeden dat ex-echtgenoten die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben een gezamenlijke huishouding voeren. Is daarbij van belang hoe lang het paar al gescheiden is?
  • In Opinie herinnert mr. Hans Nacinovic de staatsecretaris van SZW aan de reden waarom de verplichte periode oproep tot heronderzoek met de invoering van de WWB is geschrapt.

Daarnaast bevat de Bijstandsbode een overzicht van het nieuws en de wetsvoorstellen die van invloed zijn op de Participatiewet.

Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE

Nieuwsbericht De Legibus 21 februari 2020 - Op 1 maart treedt de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE inwerking (Stcrt. 2020, 9824). Op grond van deze regeling kunnen voor werknemers die door het verrichten van arbeid lijden aan de aandoening chronic solvent-induced encephalopathy (CSE). bij de SVB om een voorschot vragen op een schadevergoeding van hun (ex)werkgever. Dit voorschot wordt op grond van art. 31 lid 2 onder l Pw vrijgelaten bij een bijstandsuitkering.

CSE staat in Nederland ook wel bekend als chronische toxische encefalopathie (CTE) veroorzaakt door oplosmiddelen, het Organo Psycho Syndroom (OPS) of als de schildersziekte.

 Bijstandsbode Januari 2020 is verschenen

Nieuwsbericht Dl Media 12februari 2020 - De Bijstandsbode Januari 2020 (editie 69) is verschenen.

  • In het Achtergrond-artikel gaat mr. Hans Nacinovic in op het voorstel tot wijziging van de Participatiewet in verband met het uitsluiten van fraudevorderingen bij de vermogingstoets.
  • De Uitgesproken van deze maand gaat over een man uit Nijmegen die inwoont bij zijn gepensioneerde oud-tante en al ruim een jaar bijstand ontvangt als alleenstaande. Hij heeft dat echter wel keurig gemeld.
  • Kunnen zelfstandigen eigenlijk ook bijzondere bijstand krijgen? In de Vraag van de Maand wordt er naar deze kwestie gekeken.
    In de Opinie van mr. Hans Nacinovic is er aandacht voor ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren en de uitzonderingen daarop.
  • In het Extra-artikel wordt gekeken naar bijstand en zonnepannelen. De opbrengst van zonnepanelen in het kader van privégebruik hebben volgens staatsecretaris Van Ark geen invloed op het recht op bijstand. Maar er is meer over dit onderwerp te zeggen.
  • Daarnaast bevat de Bijstandsbode een overzicht van het nieuws en de wetsvoorstellen die van invloed zijn op de Participatiewet.
 Tweede Kamer wil onderzoek naar problemen met verbod op kwijtschelden fraudeschulden

Nieuwsbericht DL Media 21 januari 2020 - De Tweede Kamer wil onderzoek naar de uitvoering van het verbod op het kwijtschelden van fraudeschulden in relatie tot de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Een door Wim-Jan Renkema van GroenLinks, mede namens de ChristenUnie, het CDA en de SP, ingediende motie van die strekking is vandaag (21-1) aangenomen.

Op grond van artikel 60c van Participatiewet mogen gemeenten bijstandsschulden die zijn ontstaan doordat betrokkene de inlichtingenplicht niet of niet volledig was nagekomen niet kwijtschelden. Ook niet in het kader van een schuldsaneringsregeling. Het is echter wel mogelijk dat een rechter een gemeente dwingt om in het kader van een schuldregeling toch ook een zogenaamde fraudeschuld (gedeeltelijk) kwijt te schelden. Maar aangezien ook de schuldhulpverlening een gemeentelijke taak is, kan dit dus het gevolg hebben verschillende afdelingen van een gemeente bij de rechter tegenover elkaar komen te staan.
In antwoorden op eerder door Renkema gestelde Kamervragen, gaf Staatssecretaris Van Ark van SZW aan hier geen probleem in te zien. Zij hield vast aan het verbod op kwijtschelden van de Participatiewet en vond het juist in lijn met dit verbod dat een gemeente alleen op grond van een rechterlijke uitspraak van dit verbod af zou kunnen stappen.
Volgens bijstandsdeskundige Hans Nacinovic van De Legibus is dat standpunt van de Staatssecretaris op zich verdedigbaar, maar gaat ze er wel aan voorbij dat nu ook gemeenten verplicht om vast te houden aan het verbod op kwijtschelden in gevallen waarin het op voorhand al duidelijk is dat, als het tot een rechtszaak komt, de rechter de gemeente hiertoe zal dwingen. “Gemeenten moeten dan verplicht naar de rechter om een zaak te verliezen.” Zegt Nacinovic. “Het is maar de vraag of die consequentie wel zo wenselijk is.”
De Tweede Kamer vindt dit in elk geval niet wenselijk. Concreet vraagt zij de Staatssecretaris om in kaart te brengen hoe vaak het verbod op kwijtschelding van fraudeschulden leidt tot onwenselijke situaties voor mensen met problematische schulden. En daarbij wil zij dat er in overleg met de gemeenten naar een oplossing wordt gezocht waarbij gemeenten maatwerk kunnen leveren bij de uitvoering van het genoemde artikel 60c van de Participatiewet.

 Tweede Kamer wil af van toeslagenstelsel

Nieuwsbericht DL Media 11 december 2019 - De Tweede Kamer heeft op 10 december unaniem de motie Bruins (CU) en Van Weyenberg (D66) aangenomen. In deze motie wordt de regering opgeroepen om alternatieven voor het toeslagenstelsel te onderzoeken. Het systeem is te lastig voor veel burgers. Bovendien is er ook een fors niet-gebruik van de verschillende toeslagen.

De directe aanleiding voor het indienen van de motie was het debacle bij de Belastingdienst/Toeslagen met de opsporing van fraude met de kinderopvangtoeslag, de zogenaamde CAF11-affaire. De Belastingdienst/Toeslagen had in veel gevallen zonder afdoende bewijs van fraude de kinderopvangtoeslag stopgezet en teruggevorderd. Een aantal ouders is daardoor in grote financiële problemen gekomen. Staatssecretaris Snel van Financiën heeft daarom eerder deze week een compensatieregeling in het leven geroepen om de schade aan deze ouders te vergoeden.
De Kamer trekt de kwestie echter breder en stelt nu het hele stelsel van toeslagen ter discussie. Naast de kinderopvangtoeslag, gaat het dan ook om de huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Als mogelijk te onderzoeken alternatieven voor het huidige toeslagenstelsel noemen Bruins en Van Weyenberg alternatieve inkomensafhankelijke arrangementen, (uitkeerbare) heffingskortingen, decentralisatie van toeslagen en/of verhoging van het wettelijk minimumloon en uitkeringen.

 Belastingdienst/Toeslagen maakt pas op de plaats met dwanginvorderingen

Nieuwsbericht DL Media 9 november 2019 - Staatssecretaris Snel van Financiën heeft op 8 november de Tweede Kamer bericht dat de Belastingdienst/Toeslagen voorlopig een pas op de plaats maken als het gaat om het inzetten van nieuwe dwanginvorderingsmaatregelen (bijvoorbeeld loonbeslag of verrekening).

Via de Belastingdienst/Toeslagen kunnen mensen, afhankelijk van hun inkomen en situatie, in aanmerking komen voor huurtoeslag, zorgtoeslag inkomen, kinderopvangtoeslag of kindgebondenbudget. Wie teveel heeft ontvangen, moet dit weer terugbetalen. Omdat niet iedereen dat even makkelijk kan, kan er een betalingsregeling worden getroffen. Maar er wordt geen persoonlijke betalingsregeling getroffen als er sprake is van opzet of grove schuld bij het ontstaan van de vordering.
Er is echter discussie of dit altijd wel terecht is. Daarom wordt hiernaar nu onderzoek gedaan door een commissie onder leiding van oud-minister Donner en door de Auditdienst Rijk (ADR). Staatssecretaris Snel zegt nu hangend dit onderzoek op de ‘pauzeknop’ te hebben gedrukt.
Concreet houdt de maatregel in dat bij de Belastingdienst/Toeslagen bij de terugvordering van toeslagen voorlopig geen nieuwe dwanginvorderingsmaatregelen zal nemen in gevallen waarin een persoonlijke betalingsregeling wegens opzet of grove schuld is afgewezen. En voorts zal bij nieuwe verzoeken om een persoonlijke betalingsregeling voor een toeslagschuld voorlopig geen onderzoek worden gedaan naar opzet/grove schuld, tenzij er een inmiddels onherroepelijk geworden vergrijpboete is opgelegd of strafrechtelijke vervolging is ingesteld.
Het gaat in totaal om ongeveer 8.500 mensen met een totale openstaande toeslagschuld ongeveer € 160 miljoen.
Overigens maakte het Centraal Planbureau CPB) eveneens op 8 november bekend meer dan helft huurtoeslagen en kindgebonden budgetten moet achteraf gecorrigeerd worden. Het blijkt voor een huishouden namelijk lastig om vooraf in te schatten op hoeveel toeslag men recht heeft. Daardoor krijgt men te veel of juist te weinig aan toeslagen.

 Minister Koolmees gaat niet door met vervroegde no-riskpolis

Nieuwsbericht DL Media 1 november 2019 - Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat niet over tot vervroegde inzet van de no-riskpolis. De minister heeft hiertoe besloten, omdat uit een experiment met de vervroegde inzet van de no-riskpolis blijkt dat mensen met een vervroegde no-riskpolis niet vaker en ook niet duurzamer aan het werk komen dan mensen zonder deze no-riskpolis. Dit heeft hij op 29 oktober in een brief aan de Tweede Kamer laten weten.

Met een no-riskpolis kunnen werkgevers bepaalde mensen met een ziekte of handicap aannemen, waarbij de financiële risico’s voor het geval dat betreffende werknemer uitvalt wegens arbeidsongeschiktheid bij het UWV blijven. De werkgever kan dan een Ziektewetuitkering krijgen als de werknemer ziek wordt. Ook hoeft hij geen hogere premie hoeft te betalen voor de Ziektewet. En ook als de werknemer in de WGA komt, hoeft de werkgever geen hogere geen hogere premie te betalen als de werknemer in de WGA komt.
Normaal gesproken krijgen mensen na de aanvraag van een WIA-uitkering, dus na twee jaar ziekte, recht op een no-riskpolis. Het ontstaan van dit recht werd met het experiment één jaar vervroegd: alle ZW-gerechtigden die minstens één jaar ziek waren en voor wie UWV een eerstejaars ziektewetbeoordeling verrichte, kregen recht op een no-riskpolis. Maar omdat de gehoopte resultaten zijn uitgebleven gaat minister Koolmees hier niet mee door.
Koolmees wil wel nog laten onderzoeken of de no-riskpolis een oplossing kan bieden voor mensen met een chronische aandoening. Ook gaat hij onderzoeken hoe de mogelijkheden van de no-riskpolis voor mensen met scholingsbelemmeringen beter benut kunnen worden.

 Bijstandsbode 68, oktober 2019

In het Achtergrond-artikel van deze editie bespreekt mr. Hans Nacinovic de invloed van het opbouwen of ontvangen van pensioen op het recht op bijstand. Dit verschilt al naar gelang de pijler waar het pensioen valt: AOW, werkgeverspensioen of individuele pensioenvoorziening.

In editie 68 vindt u verder onder meer:

  • De Uitgesproken van deze maand gaat over een nieuw voorbeeld van hoe je als bijstandsfraudeur tegen de lamp kunt lopen. In dit geval pakt het indienen van een schadeclaim bij de verzekering bijzonder slecht uit.
  • De Vraag van de maand gaat over het recht op bijstand van vreemdelingen. Moet iemand die beroep heeft ingesteld tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning worden gelijkgesteld met een Nederlander?
  • Verder heeft mr. Hans Nacinovic in Opinie hoge verwachtingen van het nieuwe re-integratiefonds van de gemeente Hardenberg. Hij hoopt dat een eventueel succes van dit fonds kan worden doorvertaald naar de Participatiewet.

Wetsvoorstellen en nieuws

Daarnaast bevat de Bijstandsbode een overzicht van het nieuws en de wetsvoorstellen die van invloed zijn op de Participatiewet.

Lees de volledige Bijstandsbode 68.

 Indexering verhaalsbijdragen bijstand

Nieuwsbericht DL Media 29 oktober 2019 - De Minister de Minister voor Rechtsbescherming heeft het percentage waarmee de bedragen voor levensonderhoud met ingang van 1 januari 2020 worden verhoogd vastgesteld op 2,5% (Stcrt. 2019, 58409). Dit betekent dat alimentatiebijdragen per 1 januari 2020 met 2,5 % kunnen worden verhoogd.

Deze indexering van de alimentatie geldt op grond van artikel 62d Participatiewet ook voor de door de rechter vastgestelde verhaalsbijdragen in het geval een gemeente de kosten van bijstand op een onderhoudsplichtige verhaalt.

Deze vastgestelde verhaalsbijdragen kunnen dus per 1 januari 2020 in beginsel ook met 2,5 % worden verhoogd. Dit is echter anders als de rechter deze indexering heeft verboden of juist een andere wijze van indexeren heeft vastgesteld. Dan moet de indexering achterwege blijven dan wel die andere, door de rechter vastgestelde, wijze van indexeren worden gevolgd.

Tweede Kamer: Re-integratievoorziening voor iedereen

Nieuwsbericht DL Media 3 oktober 2019 - Gemeenten moeten alle bijstandsgerechtigden een passende vorm van ondersteuning bij hun re-integratie aanbieden in de vorm van een niet-vrijblijvend aanbod van werk, stage, studie, schuldhulp of vrijwilligerswerk. Een motie van deze strekking, ingediend door de coalitiepartijen, is dinsdag 1 oktober aangenomen door de Tweede Kamer.
De Kamer roept de regering verder unaniem op ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking die gaan werken er altijd financieel op vooruitgaan (motie 50PLUS). De regering wordt bovendien verzocht de financieringsregels rondom beschut werk zo te wijzigen dat gemeenten financieel gestimuleerd worden om meer mensen naar een beschutte werkplek te begeleiden (motie SP).

Andere aangenomen moties zijn:
- Onderzoek naar het effect van de payrollbepalingen in de Wet arbeidsmarkt in balans voor de doelgroep banenafspraak en beschut werk (VVD en CDA);
- Behoud van de infrastructuur van sociale werkvoorziening SOWECO (SP).

De volgende moties haalden het niet:
- Toeslag als inkomensaanvulling voor mensen met een medische urenbeperking (SP);
- Geen veranderingen voor deelnemers aan vertrouwensexperiment tot resultaten experiment bekend zijn (GL en PvdA);
- Een passende en duurzame baan voor meer mensen met een arbeidsbeperking door inzet van sociale werkvoorziening (50PLUS en PvdA);

Bijstandsbode.nl september 2019 verschenen

Op 30 september is de 67e editie van de Bijstandsbode.nl verschenen, met als Achtergrond het artikel van mr. Hans Nacinovic, 'Verklaringen afgelegd in een vreemde taal'. In de rubriek Extra is aandacht voor de Miljoenennota en begroting 2020 die tijdens Prinsjesdag is gepresenteerd. Verder een Uitgesproken van mr. drs. Marije Otte '(Z)onder de pannen' en een Opinie van mr. Hans Nacinovic 'Verplicht naar de rechter, om een zaak te verliezen'. De vraag van de maand gaat over Individuele studietoeslag en levenlanglerenkrediet. Zie voor meer informatie: www.bijstandsbode.nl.

Tweede Kamer wil stelsel van toeslagen aanpassen

Nieuwsbericht DL Media 25 september 2019 - De Tweede Kamer wil dat het kabinet gaat onderzoeken hoe het stelsel van toeslagen zo ingericht kan worden dat meer werken altijd lonend zal zijn. Op 24 september 2019 heeft zij een door Van Kent (SP) ingediende motie met die strekking aangenomen.

Deze toeslagen, zoals de huurtoeslag, kinderopvangtoeslag of de zorgtoeslag zijn inkomensafhankelijk. Nu kan het voorkomen, dat als iemand meer gaat werken, hij een inkomensgrens voor de toeslagen overschrijdt en daardoor, ondanks het feit dat hij meer is gaan werken, er niets op vooruitgaat. En soms houdt hij er per saldo zelfs nog minder aan over.
De gehele Tweede Kamer vindt dat onwenselijk en wil dat de regering gaat onderzoeken hoe dat anders en beter kan. De motie van Van Kent werd dan ook met nagenoeg unaniem aanvaard. Alleen de instemming van het juist uit de VVD-fractie gezette en daarna afwezige lid Van Haga ontbrak.

Nieuwe Bijstandsbode verschenen

Nieuwsbericht DL Media 13 september 2019 - De Bijstandsbode.nl augustus 2019 is verschenen. In deze editie vindt u onder meer:

  • In de rubriek Achtergrond een artikel over de uitvoering van de individuele inkomenstoeslag.
  • Marije Otte bespreekt in Uitgesproken de zaak van een man in de bijstand die een erfenis heeft gekregen van zijn overleden ouders. Hij meldt dit keurig bij de gemeente. Die besluit tot terugvordering van de sinds 2014 verleende uitkering wegens naderhand verkregen middelen. In dit geval ten onrechte, zo oordeelt de Centrale Raad van Beroep.
  • Iemand geeft in 2 maanden tijd € 30.000 uit, maar doet ook een beroep op de bijstand. Kan het recht op bijstand worden vastgesteld? Deze casus staat centraal in de Vraag van de maand.
  • In Opinie bespreekt Hans Nacinovic de tegemoetkoming die de NS gaat uitkeren aan overlevenden en nabestaanden van mensen die in de tweede wereldoorlog met de NS vervoerd werden naar concentratie- en vernietigingskampen.
  • De Centrale Raad van Beroep erkent noodzaak van een nadere beoordeling door gemeente bij aanvraag voor kosten bewindvoering en herziet eerdere uitspraken. Willy Heesen, jurist en docent Pw, geeft duiding in ‘Extra

En verder de Kalender met relevante cursussen en bijeenkomsten en overzichten van nieuwsberichten en aanhangige wetsvoorstellen.

Tweede Kamer stemt in met afschaffen uitzondering in Participatiewet bij zorgbehoefte 

Nieuwsbericht DL Media 11 september 2019 -  De Tweede Kamer heeft dinsdag 10 september ingestemd met het afschaffen van de uitzondering in de Participatiewet voor samenwonenden van wie één van beiden een zorgbehoefte heeft.

In de Participatiewet worden personen die een gezamenlijke huishouding voeren gelijkgesteld met gehuwden, tenzij het bloedverwanten in de eerste graad betreft. Bloedverwanten in de eerste graad worden nooit gelijk gesteld met gehuwden. Er bestaat ook een uitzondering voor bloedverwanten in de tweede graad van wie één van beiden een zorgbehoefte heeft. Zij blijven, ook al voeren ze een gezamenlijke huishouding voor de bijstand een alleenstaande en kunnen zo dus meer bijstand ontvangen. De Hoge Raad heeft echter eind 2017 geoordeeld dat het feit dat deze uitzondering alleen geldt voor bloedverwanten in de tweede graad (en dus niet voor bloedverwanten in een verdere graad of voor niet-bloedverwanten) een vorm van verboden discriminatie oplevert. Maar daarbij heeft de Raad het aan de wetgever gelaten hoe deze discriminatie op te lossen.

Staatssecretaris Van Ark van SZW heeft daarop gekozen om de uitzondering dan meer helemaal te schrappen. In plaats daarvan komt er een hardheidsclausule voor schrijnende gevallen. De Tweede Kamer heeft daar in meerderheid mee ingestemd. Wel is de door de Staatssecretaris voorgestelde overgangstermijn van één jaar voor bestaande gevallen verlengd naar twee jaar. Ook wil de Kamer dat het gebruik van de hardheidsclausule gemonitord gaat worden.

Overigens wilde de voltallige oppositie dat de uitzondering niet zou worden geschrapt, maar juist zou worden uitgebreid naar alle gevallen waarin sprake is van een zorgbehoefte. Mogelijk leidt dat nog tot een spannend debat in de Eerste Kamer aangezien de coalitie daar geen meerderheid heeft. 

Tijdelijke compensatieregeling Bbz nog weinig bekend bij doelgroep

Nieuwsbericht DL Media 12 juli 2019 - Van de tijdelijke compensatieregeling Bbz wordt maar weinig gebruik gemaakt, schrijft Staatssecretaris Van Ark van SZW in haar laatste nieuwsbrief aan gemeenten. Er was gerekend op circa 4.500 aanvragen, maar tot nu toe zijn er slecht ongeveer 180 ingediend.

De tijdelijke Compensatieregeling Bbz heeft betrekking op een specifieke groep (ex- )ondernemers, die toeslagen heeft moeten terugbetalen aan de Belastingdienst in verband met de bijstand die werd ontvangen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Probleem daarbij was dat als bijstand die aanvankelijk was ontvangen was ontvangen, nadien werd omgezet in een gift, deze bijstand in het jaar waarin deze werd omgezet in een gift als fiscaal inkomen werd beschouwd en niet in het jaar waarin de bijstand daadwerkelijk was verstrekt. Door dit zogenaamde ‘papieren inkomen’ konden zelfstandigen het recht op toeslagen verliezen in het jaar van de omzetting, zonder dat ze toen daadwerkelijk hoger inkomen hadden. Voor de regeling kunnen (ex) ondernemers in aanmerking komen van wie de leenbijstand in de jaren 2014, 2015 of 2016 door de gemeente is omgezet naar een gift. Vanaf 2017 speelt het probleem niet meer, omdat sindsdien de gift niet meer als inkomen wordt gezien.

Maar aangezien het aantal aanvragen ver achter blijft bij de verwachtingen, is de compensatieregeling waarschijnlijk nog te onbekend bij de doelgroep. Staatssecretaris Van Ark roept daarom nu de gemeenten op om de regeling bij de doelgroep onder de aandacht te brengen. De gemeenten hebben namelijk een beter zicht op de doelgroep dan de Rijksoverheid, aangezien de gemeenten de bijstand hebben verleend.

De tijdelijke compensatieregeling Bbz loopt nog tot en met 31 december 2019. Betreffende zelfstandigen kunnen tot die datum een aanvraag indienen bij de Belastingdienst/Toeslagen. 

Bijstandsbode.nl juni 2019 verschenen

De 64e editie van de Bijstandsbode.nl is verschenen, met als Achtergrond-artikel 'Maatwerk bij de hoogte van de bijstandsuitkering. De Uitgesproken van deze maand herinnert gemeenten aan de bewijslastverdeling bij het nemen van belastende besluiten. Een Groningse kunstschilder komt (uiteindelijk) met de schrik vrij. De Vraag van de maand juni gaat over het opvragen van bankafschriften over de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag. Waarvoor is dat eigenlijk nodig? In de Opinie bespreekt mr. Hans Nacinovic het verschil tussen een Wajonger die een jubileumbonus krijgt van zijn baas, en een bijstandsgerechtigde in dezelfde situatie. Of is daar geen verschil tussen? Zie voor meer informatie: www.bijstandsbode.nl.

Bijstandsbode.nl april 2019 verschenen

De april-editie van de Bijstandsbode.nl is verschenen, met als Achtergrond-artikel de intrekking en terugvordering van aan (voormalige) gehuwden verstrekte bijstand. Hoeveel besluiten zijn daarvoor nodig en aan wie moet je die sturen? Gelukkig heeft de CRvB hier net een handige uitspraak over gedaan. De Uitgesproken herinnert deze maand aan het feit dat niet alleen bijstandsgerechtigden zich fatsoenlijk moeten gedragen, maar dat er ook voor gemeenten bepaalde omgangsnormen gelden. De Vraag van de maand april gaat over een cliënte die inwoont bij haar zus, die ook haar bewindvoerder is. Is dan sprake van een gezamenlijke huishouding? In de Opinie reageert mr. Hans Nacinovic op de oproep van de FNV om het minimum uurloon te verhogen tot €14,00. Hij bespreekt de consequenties van dat voorstel en vraagt zich af of de vakbond hier het spoor niet bijster is geraakt. Zie voor meer informatie: www.bijstandsbode.nl.

Jurisprudentie maart 2019

Bekijk hier een overzicht van de belangrijkste uitspraken die in maart 2019 zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl met betrekking tot het gemeentelijk sociaal domein.

Bijstandsbode.nl maart 2019 verschenen

De 61e editie van de Bijstandsbode.nl is verschenen, met als Achtergrond het probleem dat mensen die zijn betrapt op verzwegen vermogen in het buitenland, daarna gewoon weer recht op bijstand hebben omdat ze hun buitenlandse bezittingen mogen wegstrepen tegen hun terugvorderingsschuld en boete. Maar gelukkig is er een vrij eenvoudige oplossing. De Uitgesproken gaat deze maand over het bescheiden vrij te laten vermogen, de beschikbare vermogensruimte, en het verborgen prijskaartje van een nieuwe motorscooter. De Vraag van de maand maart gaat over een bijstandsgerechtigde met een vervoersprobleem. Is een kapotte fiets een geldig excuus om niet op een re-integratiewerkplek te hoeven verschijnen? In de Opinie legt mr. Hans Nacinovic uit waarom gemeenten een bijstandsgerechtigde wel degelijk mogen vragen de inhoud van zijn koelkast te tonen. Daarnaast bevat deze Bijstandsbode.nl, zoals gebruikelijk, een overzicht van de wetsvoorstellen die van invloed zijn op de Participatiewet. Als het aan de regering ligt, worden samenwonende tweedegraads bloedverwanten met een zorgbehoefte voor de toepassing van de Participatiewet in de toekomst gewoon weer gelijkgesteld aan gehuwden. De uitzondering van artikel 3 lid 2 onder a Participatiewet vervalt. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen, is inmiddels ingediend bij de Tweede Kamer. Zie voor meer informatie: www.bijstandsbode.nl.

Wetsvoorstel schrapt uitzondering voor samenwonende tweedegraads bloedverwanten met zorgbehoefte

Nieuwsbericht DL Media 28 maart 2019 - Naar aanleiding van rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en de Hoge Raad heeft de regering een wetsvoorstel ingediend dat de uitzondering op de gezamenlijke huishouding voor samenwonende tweedegraads bloedverwanten bij wie sprake is van een zorgbehoefte schrapt uit de wet. Het is de bedoeling dat de uitzondering verdwijnt uit zowel de Participatiewet als uit de IOAZ, de IOAW en de IOW. Voor bestaande gevallen voorziet het wetsvoorstel in één jaar overgangsrecht.

Ongehuwd samenwonenden die een gezamenlijke huishouding voeren, worden voor de toepassing van de Participatiewet gelijkgesteld met gehuwden (artikel 3 lid 2 onder a Participatiewet). Deze regel geldt niet voor samenwonende eerstegraads bloed- en aanverwanten – (stief)ouder/kind – en ook niet voor samenwonende tweedegraads bloedverwanten – broer/zus of grootouder/kleinkind – indien bij één van hen sprake is van een zorgbehoefte. Die laatste uitzondering is volgens de hierboven genoemde uitspraken echter discriminerend, omdat zij een ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen samenwonende tweedegraads bloedverwanten en andere ongehuwd samenwonenden met een zorgbehoefte.

Waar de CRvB nog oordeelde dat de uitzondering dan maar voor alle ongehuwd samenwoners met zorgbehoefte moest gelden, vond de Hoge Raad dat de discriminatie ook kan worden opgeheven door de uitzondering voor iedereen te schrappen. Met dit wetsvoorstel heeft de regering voor de tweede optie gekozen. Vanaf de (nog onbekende) datum inwerkingtreding van het wetsvoorstel gelden dus alle ongehuwd samenwonenden die een gezamenlijke huishouding voeren voor de bijstand als gehuwd, met uitzondering van (stief)ouders en hun volwassen kinderen. Voor tweedegraads bloedverwanten in een gezamenlijke huishouding met zorgbehoefte voorziet het wetsvoorstel in een jaar overgangsrecht; zij die uiterlijk op de dag vóór inwerkingtreding van de wet een bijstandsaanvraag hebben ingediend, houden nog één jaar recht op bijstand als alleenstaande. Daarna vervalt de uitzondering en worden zij gelijkgesteld met gehuwden. Dat heeft tot gevolg dat de middelen van beide partners meetellen bij de beoordeling van het recht op bijstand.

Volgens de regering zijn de gevolgen van deze wetswijziging beperkt, omdat er in de praktijk maar heel weinig een beroep op de uitzonderingsbepaling voor woningdelers met zorgbehoefte wordt gedaan. Precieze aantallen zijn er echter niet, noch bij het ministerie van SZW, noch bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten of Divosa (vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein).

Voor het geval zich toch schrijnende situaties mochten voordoen, wijst de regering in de memorie van toelichting uitdrukkelijk op de mogelijkheid om de bijstand af te stemmen met toepassing van artikel 18 lid 1 Participatiewet. De regering doelt daarbij op de situatie waarin samenwonende tweedegraads bloedverwanten als gevolg van dit wetsvoorstel hun gezamenlijke huishouding beëindigen waardoor voor de zorgbehoevende persoon opname in een Wlz-instelling noodzakelijk wordt. De impliciete verwachting is blijkbaar dat het college in dat geval toch genoeg bijstand verstrekt om die ongewilde verbreking van de samenleving te voorkomen. Of dit een realistische verwachting is, kan worden betwijfeld; bijstandsuitkeringen worden immers betaald uit het gemeentelijke bijstandsbudget (inkomensdeel), terwijl Wlz-zorg voor rekening van het zorgkantoor komt. Gemeenten hebben een financieel belang om zo min mogelijk uitkeringen te verstrekken, omdat ze een overschot op het inkomensdeel mogen houden, maar voor een tekort in principe zelf opdraaien.

Verder wijst de regering er in de memorie van toelichting op dat bij tweedegraads bloedverwanten die samen in een huis wonen ook sprake kan zijn van kostendelerschap in plaats van een gezamenlijke huishouding. Er is dan wel een gezamenlijk hoofdverblijf, maar geen wederzijdse zorg. In dat geval zijn de bloedverwanten ieder een zelfstandig subject van bijstand en is het recht op uitkering van de een dus niet afhankelijk van het inkomen en vermogen van de ander. Hoewel in principe correct, zijn ook bij deze passage in de memorie van toelichting vraagtekens te plaatsen. De regering stelt namelijk dat bij samenwonende tweedegraads bloedverwanten eerder sprake is van kostendelerschap dan van gezamenlijke huishouding. Of dat in de praktijk daadwerkelijk zo is, blijkt echter nergens uit. Cijfers die deze stelling onderbouwen, worden in de memorie van toelichting in ieder geval niet gegeven.  

Jurisprudentie februari 2019

Bekijk hier een overzicht van de belangrijkste uitspraken die in februari 2019 zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl met betrekking tot het gemeentelijk sociaal domein.

Aanpassing stopbeleid bij te laat inleveren beeld van de uitvoering

Nieuwsbericht DL Media 1 maart 2019- Gemeenten zijn in het kader van de Participatiewet en de IOAW en IOAZ verplicht om jaarlijks voor 1 maart het beeld van uitvoering over het voorafgaande kalenderjaar in te leveren bij het Rijk. Als een gemeente dit niet doet, schort de Staatssecretaris van SZW de betaling van het bijstandsbudget aan die gemeente op. De regels worden nu zo gewijzigd dat in het geval een gemeente niet voor 1 maart het beeld van de uitvoering heeft ingeleverd, maar nog wel voordat er beslist is over de opschorting, de opschorting achterwege kan blijven.

De budgetten voor en uitvoerring van de Participatiewet, waaronder ook het Bbz 2004, de IOAW en IOAZ worden door het Rijk in maandelijkse termijnen betaald aan de gemeenten. In de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ en de Regeling financiering en verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004 is vastgelegd, dat als een gemeente niet voor 1 maart de voorlopige cijfers over het afgelopen jaar (het beeld van de uitvoering) heeft ingeleverd bij het Ministerie van SZW, de maandelijkse betaling van de budgetten aan die gemeenten wordt opgeschort met ingang van 1 april van het betreffende jaar, tenzij er sprake is van overmacht en aan de gemeente daarom uitstel is verleend. Als de gemeente alsnog het beeld van de uitvoering inlevert, wordt de betaling hervat met ingang van de 15e van de maand volgend op de maand waarin het beeld van de uitvoering is ingeleverd.

Deze regeling betekende dat ook in gevallen waarin een gemeente slechts enkele dagen te laat was, de Staatssecretaris over moest gaan tot het formeel opschorten van de betaling en tegelijkertijd de betaling alweer moet hervatten.

De Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ en de Regeling financiering en verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004 zijn per 1 maart 2019 gewijzigd (Stcrt. 2019, 9262). Staatssecretaris Van Ark van SZW geeft daarbij wel nadrukkelijk aan dat de wijzigingen niet bedoeld zijn als uitnodiging aan gemeente om de uiterste termijn van 1 maart voortaan te negeren, maar als mogelijkheid voor het Ministerie van SZW om van opschorting af te zien indien de redelijkheid daartoe aanleiding geeft. Die redelijkheid is aan de orde indien op het moment van de besluitvorming over opschorting van de betaling het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.

Bijstandsbode.nl februari 2019 verschenen

De 60e editie van de Bijstandsbode.nl (februari 2019) is verschenen. Het Achtergrond-artikel is deze maand van de hand van onze stagiaire Ashleigh-Ann Scott (LLB). Zij heeft een kwalitatief onderzoek verricht naar de uitvoering van de Wet taaleis in drie gemeenten. Ze concludeert dat gemeenten zichzelf wellicht iets te veel beleidsvrijheid toe-eigenen, maar dat ze daarmee ook een stukje overbodige bureaucratie omzeilen. In de Uitgesproken is gekozen voor een casus die illustreert waarom het een slecht idee is om dingen voor de gemeente te verzwijgen. De Vraag van de maand februari gaat over het onleesbaar maken van uitgaven op ingeleverde bankafschriften. Mag dat wel? In de Opinie doet mr. Hans Nacinovic u een goed idee aan de hand om (duurzame) uitstroom naar werk te bevorderen; afzien van terugvordering van in de laatste uitkeringsmaand door werkaanvaarding te veel genoten bijstand indien belanghebbende meer dan zes maanden uit de uitkering blijft. Zie voor meer informatie: www.bijstandsbode.nl.

Stemmingen Participatiewet

Op 12 februari 2019 heeft de Tweede Kamer ook gestemd over diverse moties, ingediend bij het algemeen overleg over de Participatiewet. Daarbij zijn vier moties aangenomen die de regering respectievelijk verzoeken:

  • te streven naar een regeling voor individuele studietoeslag die een vergelijkbare hoogte en criteria kent als de huidige studieregeling in de Wajong 2010, en te onderzoeken of de toeslag in de toekomst door DUO kan worden uitgekeerd (D66, GL, CDA en 50PLUS);
  • afspraken te maken met gemeenten, werkvoorziening en gevangeniswezen om de re-integratie van ex-gedetineerden in de samenleving te versoepelen door het regelen van slaapplaats, inkomen en participatie of werk (CDA);
  • het instrument jobcoaching meer structureel en op grotere schaal inzetbaar te maken voor werkenden én werkzoekenden (50PLUS, VVD);
  • de sociale werkvoorzieningen een duidelijke plaats te geven in het breed offensief om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen (SP).

De moties die het niet haalden, gingen onder andere over een pilot met een praktijkroute beschut werk (GL), een experiment met loonkostensubsidie in de Wajong (GL), het effectief stimuleren van uitkeringsgerechtigden tot maatschappelijke participatie op welke manier dan ook (50PLUS en GL), het direct intrekken van de bijstandsuitkering van mensen die niet voldoen aan de taaleis (PVV), het korten van gemeenten die niet handhaven op taaleis en tegenprestatie (PVV), ruimte voor gemeenten om ondersteuning aan mensen in de bijstand naar eigen inzicht in te vullen (PvdA en SP), vrijstelling voor mantelzorgers van de kostendelersnorm (SP) en een inkomensaanvulling voor mensen met een medische urenbeperking die naar vermogen werken (SP).

(Bron: Tweede Kamer)

Stemmingen bijstandsfraude

Op 12 februari 2019 heeft de Tweede Kamer gestemd over diverse moties, ingediend bij het debat over bijstandsfraude door Turkse Nederlanders. Daarbij is een motie van de SP aangenomen, waarin de regering wordt verzocht een overzicht te leveren van de totale omvang van de bijstandsfraude als gevolg van verzwegen bezit in het buitenland. Twee moties van de PVV, met het verzoek om meer werk te maken van de bestrijding van bijstandsfraude door verzwegen buitenlands vermogen, werden verworpen. Ook een motie van Denk, over maatwerk van het OM bij het besluit tot vervolging (of niet) van bijstandsfraudeurs, haalde het niet.

(Bron: Tweede Kamer)

Jurisprudentie januari 2019

Bekijk hier een overzicht van de belangrijkste uitspraken die in januari 2019 zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl met betrekking tot het gemeentelijk sociaal domein.

Bijstandsbode.nl januari 2019 verschenen

De Bijstandsbode.nl van januari 2019 is verschenen, met als Achtergrond een artikel over de individuele inkomenstoeslag (de persoonlijke omstandigheden nader bekeken). De uitspraak in de rubriek Uitgesproken gaat over een van de uitsluitingsgronden 'Ondubbelzinnig'. Bij de 'Vraag van de maand gaat komt 'Verminderde draagkracht in bezwaar' aan bod en in de Opinie gaat mr. Hans Nacinovic in op 'Tegenprestatie is geen re-integratie'. Als Extra zijn de nieuwe normen per 1 januari 2019 opgenomen. Zie voor meer informatie: www.bijstandsbode.nl.

 

Zie het Archief voor de oudere berichten.

De Legibus B.V.
Dorpsstraat 4
5708 GH  Helmond
KvK:17284837
Telefoon:0492-532155
E-mail:info@delegibus.nl
De Legibus B.V.
Dorpsstraat 4
5708 GH  Helmond
KvK: 17284837
Tel.: 0492-532155
info@delegibus.nl